Ingrediënten voor 4 personen

1 kilo stamppot aardappels
1 zak Boerenkool
2 varkensfiletlapjes
1 Poiesz verse rookworst
200 gram spekreepjes
mosterd
100 ml  volle melk
50 gram roomboter
Perfekt vloeibare margarine
Verstegen peper en zout molens

Bereidingswijze

  • Zet de boerenkool op met een klein bodempje water. Leg de rookworst bovenop de boerenkool en laat deze meekoken. Dit geeft de boerenkool een lekkere worstsmaak.
  • Zet de aardappels op en kook ze gaar (volg de aanwijzingen op de verpakking).
  • Verhit 2 eetlepels vloeibare margarine in een koekenpan en doe zout en peper op de varkensfiletlapjes. Doe de ‘hitte test’ (zie Tip van Reitse) en schroei het vlees gedurende 2,5 minuut aan beide kanten dicht in de hete boter. Haal het vlees uit de pan en blus de jus af met een klein scheutje water. Houd de jus apart. Maak de pan schoon met keukenrol en bak de spekjes krokant uit in de koekenpan (geen boter toevoegen). Leg als laatste de filet lapjes op de spekreepjes en houd deze warm.
  • Stamp de aardappelen met een stamper, voeg de melk toe en roer dit door de aardappelpuree. Haal de worst van de boerenkool en stamp de uitgelekte boerenkool door de puree. Maak de stamppot lekker met een klontje roomboter en mosterd en voeg als laatste de krokante spekjes toe. Eventueel peper en zout toevoegen.
  • Snijd het varkensfiletlapje schuin op de draad en zo ook de worst. Dresseer de stamppot  op een voorverwarmd bord en maak een ouderwets kuiltje jus in de stamppot.

De ‘hitte test’: verhit de boter en doe een puntje vlees in de pan…sist het? Voeg dan het vlees toe. Zo krijg je een mooie kleur op je vlees en schroeit het snel dicht. Op deze manier wordt de smaak behouden en blijven de sappen bewaard. Gebruik nooit een vork, maar altijd een tang of een spatel op het vlees te draaien.

 

Wijntip: Graffigna shiraz